16 DE

D. Regulatieve vaardigheden


Met de vaardigheden uit deze categorie kan de leerling de eigen leeractiviteiten zelf sturen:de voorbereiding, de uitvoering en de afronding. Ze zijn ook gericht op het verbeteren van zijn vaardigheden.


Ik hanteer voorbereidende activiteiten op mijn leeractiviteiten, want ik heb:

  1. -me georiënteerd op leerinhouden en leertaken;

  2. -in kaart gebracht met welke leeractiviteiten ik de resultaten bij de leertaken kan bereiken;

  3. -leeractiviteiten gekozen;

  4. -leeractiviteiten aan de hand van de taken gepland.


Ik hanteer bewakende vaardigheden tijdens de uitvoering van de leeractiviteiten. Ik heb:

  1. -de leeractiviteiten tijdens de uitvoering bewaakt op effect;

  2. -de verwachte resultaten tussentijds getoetst;

  3. -op grond van de toets-resultaten een diagnose gemaakt van wat wel en wat niet begrepen en wat wel en wat niet beheerst wordt;

  4. -door het bewaken, toetsen en diagnostiseren de uitvoering van de leeractiviteiten bijgestuurd;

  5. -de affectieve vaardigheden gehanteerd.


Ik hanteer na de leeractiviteiten afsluitende vaardigheden, want ik heb:

  1. -na uitvoering getoetst of geëvalueerd of de bereikte leerresultaten overeenstemmen met de vereiste resultaten;

  2. -op grond van de toets-resultaten een diagnose gemaakt van wat wel en wat niet begrepen en wat wel en wat niet beheerst wordt.


Ik hanteer na de leeractiviteiten reflecterende vaardigheden, want ik heb:

  1. -na uitvoering getoetst of geëvalueerd of de bereikte leerresultaten overeenstemmen met de vereiste resultaten;

  2. -op grond van de toets-resultaten een diagnose gemaakt van wat wel en wat niet begrepen en wat wel en wat niet beheerst wordt;

  3. -aan de hand van de resultaten gereflecteerd op  wat er tijdens de leeractiviteiten heeft plaatsgevonden;

  4. -uit deze reflectie conclusies getrokken; bijvoorbeeld dat de tijdens de leeractiviteiten

  5. -gehanteerde vaardigheden verbeterd dienen te worden;

  6. -door diagnose en reflectie me voorgenomen mijn vaardigheden in de leeractiviteiten te verbeteren;

  7. -zelf of met anderen acties gepland om de eigen vaardigheden te verbeteren;

  8. -de verbeterde vaardigheden toegepast in nieuwe leeractiviteiten.





E. Affectieve vaardigheden


De vaardigheden uit deze categorie hebben betrekking op het zódanig onder controle krijgen van gevoelens dat ze een positief effect hebben op de werkhouding en het leerresultaat in het leerproces.


Ik hanteer affectieve vaardigheden, want ik kan:

  1. -gevoelens, die mijn leerproces en het behalen van de  leerresultaten positief hebben beïnvloed, benoemen en me daarvan bewust maken;

  2. -gevoelens, die mijn leerproces en het behalen van de leerresultaten negatief hebben beïnvloed, benoemen en me daarvan bewust maken;

  3. -stimulerende argumenten bedenken voor het leren van de leerinhouden, dat in praktijk brengen en zo de motivatie opbouwen om te leren;

  4. -me concentreren: de aandacht richten op mijn taken en omgaan met taak-afleidende emoties;

  5. -zelfvertrouwen opbouwen: positieve beelden over eigen kunnen (zelfconcept) opbouwen en me inzetten om dat waar te maken;

  6. -een mentaal evenwicht tot stand brengen tussen de druk van mijn schooltaken, mijn zelfvertrouwen, mijn motivatie (en ambitie) en mijn inzet;

  7. -een mentale planning maken: op het juiste moment de juiste inspanning van mentale energie kunnen leveren;

  8. -mijn schooltaken gemakkelijk vertalen in het gevoel dat succes haalbaar is;

  9. -werken aan mentaal herstel: angst, teleurstelling en onzekerheid kan ik omzetten in zelfvertrouwen en mentaal evenwicht door te werken aan haalbaar succes.